Onze kleding

 

De man moest er breedgeschouderd uitzien. Daarbij hielp het wijde gewaad. De mouwen zij extreem lang , niet erg handig. Vandaar ook het spreekwoord de handen uit de mouwen steken. Maar als je zulke kledij droeg, moest je ook de handen niet uit de mouwen steken, dergelijke kledij werd enkel gedragen door zeer rijke lieden.

Mensen droegen zware stoffen met versieringen. Wol en linnen kwamen vanuit onze streken. Vlaanderen was toonaangevend in deze sector. De zware en dure stoffen waren ook afkomstig uit Italië, zoals brokaat, gouddraad en zijde. Stoffen werden bedrukt met houten blokken waarin kleine bloemversieringen zijn gesneden. Groen, blauw en rood zijn de belangrijkste kleuren.

De hertogen van Bourgondië speelden een belangrijke rol aan het einde van de Middeleeuwen. Met hun opvallende kleding bepaalden zij het modebeeld. Bij ons bloeide de handel en de nijverheid in de 14e en 15e eeuw. Door handel reisden de mensen steeds meer en kwamen ze in aanraking met nieuwe ontwikkelingen, vreemde landen en culturen. Religie speelde ook een belangrijk rol in de Middeleeuwen.



Kleding in de middeleeuwen 1400-1500

Dikke buiken en brede schouders waren de mode. Een bolle buik en een hoge taille zijn kenmerken van de dameskleding in deze periode. Het lijkt dat de dames meestal zwanger zijn : dat was schoonheidsideaal.

Eigenlijk stamt de middeleeuwse kleding af van de antieke en de Gallische kledij. Boeren droegen een hemd en een soort onderbroek (braies).  Over deze onderbroek droegen zij ‘hozen’, vastgemaakt bovenaan aan de riem ; zo waren voeten en benen bedekt.  Over deze onderbroek droegen zij de ‘cotte’ een soort overhemd. Als bescherming tegen weer en wind droegen zij een lange mantel met kap, als hoofdbedekking een kaproen, strohoed of vilten hoed (“toque”).  Ook vrouwen droegen een onderhemd en kortere “hozen”, gedragen als kousen, boven of onder de knie vastgemaakt met een bandje van  stof (“jarretière”). Mannen en vrouwen van adel droegen
 
     vorige paginaMuziek.html
       home pageWelkom.html

de “cotte” en de “surcot”, met korte of lange of zelfs zonder mouwen.  Als bescherming droegen vrouwen en mannen een mantel, daarna een “houpelande” een soort van zeer brede, gevoerde mantel.


De gebuikte materialen waren natuurlijk : leder, dierenhuiden, wol en linnen.  Linnen werd veelal gebruikt als zachtere onderkleding.  Tegengesteld aan wat men wel durft denken, was de middeleeuwse kleding zeer kleurrijk en fleurig, natuurlijk vooral bij de rijkere adel of burgerij. Vanaf het midden van de vijftiende eeuw werd het hertogdom van Bourgondië toonaangevend voor de Europese mode.  Bourgondië  omvatte toendertijd : Noord-Frankrijk, België en Holland.

Tijdens de Bourgondische periode werd de kleding smaller tegen het lichaam ingepakt.  Knopen werden veel gebruikt, ook op plaatsen waar er geen sluiting nodig was.  De vormen werden uitgerekt en puntig, bv. in hoeden (“hennin”) en schoenen (“poulaines”).  De kaproen kreeg een smal uiteinde zodat hij soms de bijnaam “liripipion” kreeg, te vertalen als : “lang en smal pijpje”.

Mannen droegen een kort “jacke” of “pourpoint” aan de taille geceintreerd door een mooie riem met beursje.  In de lange pofmouwen verscheen een spleet, waaruit het onderhemd tevoorschijn kwam. Veelal, maar dan vooral bij de rijkere bevolking, werden de randjes afgeboord met bont.


  1. Symbool van goud was : rijkdom en adel.


  1. Zilver en wit : zuiverheid, kuisheid gerechtigheid en hoop.


  1. Rood : kracht, geweld, moed en woede.


  1. Blauw (azuur) : trouw, gerechtigheid, wijsheid, wetenschap en liefde.


  1. Zwart (zand) : bescheidenheid, geduld, boete, gematigdheid, rouw en de rang van bastaard.


  1. Groen (sinople) : schoonheid, jeugd, wanorde, sterkte, zotheid, onbetrouwbare liefde en  

wrekkigheid.

   volgende paginakalender.htmlkalender.htmlshapeimage_3_link_0

Unter der Linde

Excellente Chronycke