Muziek

 
  1. Vanaf de twaalfde eeuw ziet men de polyfonie verschijnen (meerstemmigheid) met als representatieve voorbeelden Guillaume de Machaut en Philippe de Vitry (veertiende eeuw), die de “Ars Nova” mee introduceren : 3 of 4 stemmen, al dan niet instrumentaal begeleid. In de vijftiende eeuw duikt het  “contrapunt” op onder invloed van de Frans-Vlaamse school (contrapunt betekent : superpositie van meerdere stemmen of meerdere melodieën). Tussen de elfde en de vijftiende eeuw begint men

  2. allerlei snaarinstrumenten te gebruiken, zoals de harp, luit, tympanum en ook blaasinstrumenten zoals de fluit, hoorn, hobo, trompet en ...het orgel. Tot de dertiende eeuw zijn getuigenissen van instrumenten zeer discreet en archeologische overblijfselen

  3. nog schaarser. Vele van deze instrumenten vinden hun oorsprong

  4. in het Midden-Oosten en hebben Europa bereikt dankzij de kruistochten. Ook van Spanje, dat toen nog grotendeels islamitisch was, komen ons verscheidene instrumenten, die later een eigen onafhankelijke evolutie in Europa hebben doorgemaakt.


  5. In de profane muziek kunnen we nog een onderscheid maken in volksliederen, bv. drinkliederen, strijdliederen, liefdesliederen,...enz. en kunstliederen.  De makers van deze volksliederen blijven dikwijls anoniem. Pas tegen het einde van de middeleeuwen worden ook de melodieën van de volksliederen genoteerd. Volksliederen werden verspreid door zwervende speellieden, vooral op markten en feesten. Deze speellieden zorgden er ook dikwijls voor, dat er werd gedanst.


  6. Van kunstliederen is de maker in veel gevallen bekend. De “troubadours” waren afkomstig uit Zuid-Frankrijk, de “trouvères” uit Noord-Frankrijk. Bij beide gaat het om dichters-musici uit alle lagen van de bevolking ,van koningen tot rondtrekkende muzikanten. De Minnesänger stammen uit Duitsland.



  7.                    

In de middeleeuwen spreken we vooral over :


  1. I)Religieuze muziek

  2. II)Profane of wereldlijke muziek


  1. I)Religieuze muziek : Pas vanaf de tiende eeuw werd muziek genoteerd, met name de Gregoriaanse gezangen : gezang met egale stemmen, in één uniforme beweging, zonder dat één stem zich loskoppelt van de andere stemmen. De muziek werd genoteerd in “neumen”.


  2. II)Profane liederen  :  De kunst der troubadours. De troubadours borduren hun liederen rond hun verzen en geven hun melodie  een ritme ; zij zingen niet in het Latijn, maar in de volkstaal. 

      homepageWelkom.html
  volgende paginaKleding.html
   vorige paginaambachten.html

Drinklied door

Excellente Chronycke